Double Bill: Trio Paul Van Gysegem & GLITS

Bezetting Paul Van Gysegem Trio: Erik Vermeulen (piano), Giovanni Barcella (drums), Paul Van Gysegem (bas)
Bezetting GLITS:  Bart Maris (trompet), Peter Vandenberghe (piano)

Locatie: Lokerse Jazzklub
Wanneer: zaterdag 21 januari (21u)

 

Paul Van Gysegem
Giovanni Barcella
Paul Van Gysegem
Erik Vermeulen
Paul Van Gysegem
  • Paul Van Gysegem
  • Giovanni Barcella
  • Paul Van Gysegem
  • Erik Vermeulen
  • Paul Van Gysegem
  • Foto's: © Cedric Craps

     

    Als je Paul Van Gysegem googelt, vind je hem eerst en vooral als beeldhouwer. Niet verwonderlijk dus dat we in de Lokerse Jazzklub ter inleiding meekregen dat in Lokeren vier beelden staan van de kunstenaar, die zijn leven vooral aan deze passie wijdde. Daarnaast heeft hij sinds lang ook wat met muziek. Eind woelige jaren 1960 organiseerde hij mee het Avant-Garde Jazzfestival in het Gravensteen in Gent en als bassist was hij de spil van een eigen kwintet met o.a. pianist Jasper Van ‘t Hof. In 2011 kreeg de LP “Aorta” uit 1971 een heruitgave op cd die internationaal waardering vond. Het Gentse Citadelic-festival en het S.M.A.K. zetten in 2016 de tachtigjarige beeldhouwer/muzikant nog in de kijker en nu brengt El Negocito Records nieuw materiaal uit op cd, lp en dvd.

    In zijn nieuwe trio vindt Van Gysegem ervaren kompanen in Giovanni Barcella op drums en Erik Vermeulen aan de piano. Alle drie mogen we hen stilaan éminences grises noemen van de jazz en de vrije muziek in België. Barcella kan jaren ervaring voorleggen in het gezelschap van bijv. Bart Maris en Jeroen Van Herzeele. Bij Erik Vermeulen mogen we graag denken aan zijn trio met Manolo Cabras en Marek Patrman of de liaison met Ben Sluijs.

    In Lokeren was het moeilijk uit te maken of het trio werkelijk stukken bracht van het nieuwe album, rond een aantal thema's daarop improviseerde dan wel van hun volledige set een lange oefening maakte in improvisatie. De intro’s van de bassist gaven aan zijn bondgenoten wel telkens een richting om in te slaan.

    Toen Van Gysegem de set inzette met gestreken bas, klonken nog achtergrondgeluiden van borden en bestek dat werd afgeruimd (van het avondmaal van de muzikanten). Cymbalen, troms en pianotoetsen vielen hem bij terwijl hij op de snaren van zijn instrument ging tokkelen. In de ritmes van deze samenvallende activiteiten leek een verre verwantschap te zitten met poëzie van Paul Van Ostaijen. Vanavond werd Lokeren de Bezette Stad. Hier speelde een muzikaal gedicht van vooruitgang en inhouden – van tempo wisselen met het tikken van stokken op ijzeren randen en pianoklanken die leken te rollen, hollen, verder vooruit moest het, maar ook: inhouden! Daar kwam een intermezzo, een outro/intro van de bassist en toen gingen de drie aan het beeldhouwen met klanken. Zij vormden sculpturen met ruwe randen, de delen hingen los-vast aan elkaar. Barcella ging er luider en luider op roffelen en timmerde de boel bijeen. De lage tonen die Erik voortbracht leken uit een prepared piano te komen. Samen zetten ze een levend geheel neer met een grillige schwung. Een derde keer schreed de bassist op zijn eentje verder, waarmee een passage scheen aangevat van filmische muziek of iets voor bij performance kunst. De patronen die Vermeulen neerlegde konden doen denken aan de soms caleidoscopisch draaiende figuren met Seppe Gebruers in Antiduo.

    Het geheel vond een logisch slot, waarvan je niet kon zeggen of het er kwam bij een passend moment of zo was gepland. Er kwam in elk geval, na enthousiast applaus, een nieuw begin, een korter stuk. Dat begon vertellerig en vond, meeslepend en opzwepend, zijn weg als naar een gezamenlijke roes, waarna de muzikale lijnen van de onderscheiden instrumenten elk hun weg uitgingen en stopten – de bas als laatste. Applaus!

     

    Bart Maris
    Bart Maris
    Peter Vandenberghe
    Bart Maris
  • Bart Maris
  • Bart Maris
  • Peter Vandenberghe
  • Bart Maris
  • Foto's: © Cedric Craps

     

    Het tweede luik van de avond was voor de cd-voorstelling van een ander nieuw schijfje, een waarvoor na het avondeten de trompettist en labelbaas Rogé de hoesjes nog samen hadden zitten plakken. De twee kennen elkaar al langer en deden hetzelfde enkele jaren geleden voor een cd-voorstelling van Krommekeer, het fijne duo-project van Bart Maris en cellist Lode Vercampt.

    Ook Peter Vandenberghe kent Maris al jaren, die tijdens het concert herinneringen ophaalde aan een plek bij het station in Antwerpen, waar ze samen tot diep in de nacht speelden en het latere Deus hun repetitielokaal had. Met vele anderen spelen zij intussen sinds mensenheugnis samen in Flat Earth Society rond Peter Vermeersch. Vandenberghe sprong de laatste jaren ook in het oog met Too Noisy Fish, trio met de ritmesectie van FES, nl. Teun Verbruggen en Kristof Roseeuw.

    Voor een bijzondere klik tussen en gezamenlijk zoeken van een pianist en een trompettist is er in de geschiedenis van de jazz het antecedent tussen Louis Armstrong en Earl Hines. In die voetsporen waren een week eerder op het Brussels Jazz Festival in Flagey nog sterpianist Vijay Iyer en trompetveteraan Wadada Leo Smith te horen. Zij laveerden met samples en elektronica tussen lyrische luisterstukken en hypnotiserende sferen. Glits, dat een heel andere beweeglijkheid hanteert, ging er in Lokeren zeker niet minder bevlogen tegenaan. Hun collages dwongen alertheid af van het publiek, want kortere en langere delen werden in omvattende mozaïeken aan elkaar gebreid.

    Hier volgden op eigenzinnige wijze vloeiender delen op heel puntige stukjes, gingen wilde bewegingen samen met repetitieve en konden overgangen net zo goed berekend zijn als spontaan in een plooi vallen. Aan de verre voorvaderen herinnerden zij toen Maris met behulp van een sourdine heel ouderwetse klanken produceerde, waarbij de pianist hoekiger ging spelen. Elders ging de piano bijna over in klassieke muziek, maar alras leek het of de muziek huppelend deelnam aan een oud jachttafereel. Dat werd dan weer ingeruild voor een vrije, verfijnde vorm van pakkende verstilling.

    Op manieren die technisch uit een brede waaier van mogelijkheden putten zetten zij hun exposé verder. Vandenberghe maakte met zijn spel duidelijk dat een ander pianist met een heel ander toucher aan dezelfde buffetpiano een uitgesproken verschil maakt. Maris varieerde met zowel heel ronde noten als uiteenlopende geluiden. De combinaties die zij samen opzetten waren soms toegankelijk, maar vaak ook weinig voor de hand liggende. Het werkte wel altijd. Ergens klonk de piano heel krachtig, bijna glashelder en scherp terwijl Maris luchtstromen perste door de kleine opening van een smalle sourdine. Van heel vooruitstrevend exploreren ging het dan weer naar eclectisch combineren met old school en terug, opnieuw vooruit, met de handen aan de snaren in de kast van de buffetpiano, bijvoorbeeld…

    Verschillende keren liep de muziek schijnbaar naar een eindpunt, maar werd de draad weer opgepikt of sloeg een van hen, sloegen zij beiden, nog een nieuwe weg in. Het speelse spel bereikte in de Lokerse Jazzklub aandachtige oren en ogen, waar ze met Glits een voltreffer in huis hadden gehaald.

     

    Tekst: Danny De Bock.
    Recensie verschijnt ook op jazz'halo en draaiomjeoren.